• Inhoudsopgave. Deze geeft in feite in een oogopslag de structuur van het hele boek aan.
  • Titel en inleiding van de belangrijkste hoofdstukken. Uit de titel blijkt vaak al waar het over gaat.
  • Lees de conclusies of samenvatting

Hoe herken je structuur in de tekst?

  • Lees de paragraaftitels, de eerste zinnen van de belangrijkste paragrafen en tussenkopjes. Deze vertellen waar de tekstdelen over gaan en meestal is dat voldoende om de belangrijkste ideeën te begrijpen.
  • Let op signaalwoorden waarmee de auteur de structuur en gedachtegang aangeeft. Er zijn verschillende soorten signaalwoorden:

Opsomming: ten eerste, en, eveneens, zowel … als, tevens, daarbij, vervolgens, bovendien, verder, ook, een andere, daarnaast, ten slotte, tot slot.

  • Toelichting/voorbeeld: zoals, bijvoorbeeld, zo, een voorbeeld, dat blijkt uit, dat komt voor bij, ter illustratie, onder andere, neem nou, u kent het wel, ter verduidelijking.
  • Volgorde: eerst, vervolgens, dan, daarna, later, voorafgaand, toen, terwijl, voordat, nadat, zodra, intussen, vroeger.
  • Oorzaak/gevolg: door, waardoor, daardoor, doordat, zodat, te danken aan, te wijten aan, als gevolg van, dientengevolge, had als gevolg, wegens.
  • Doel/middel: om … te, door te, door middel van, met behulp van, opdat, daarmee, daartoe, teneinde, met als doel, daarvoor.
  • Voorwaarde: als, indien, mits, wanneer, tenzij, stel dat, in het geval, aangenomen dat.
  • Reden/verklaring: want, omdat, dat blijkt uit, hierom, derhalve, aangezien, vanwege, wegens, namelijk, immers, daarom.
  • Vergelijking: net als, zoals, evenals, hetzelfde als, in vergelijking met, vergeleken met.
  • Tegensteling of contrast: enerzijds/anderzijds, niettemin, toch, echter, maar, daarentegen, toch, integendeel, in plaats van, in tegenstelling tot, daar staat tegenover, desondanks.
  • Mate van belangrijkheid: erg, zeer, bijzonder, meest.
  • Samenvatting of conclusie: dus, kortom, concluderend, samenvattend, hieruit volgt, uiteindelijk, hieruit kunnen we afleiden, samengevat, alles bij elkaar, met andere woorden, al met al, daarom, dat houdt in, alles overziend, alles afwegend, slotsom.
  • Let op sleutelwoordendie inhoudelijk belangrijk zijn en die essentieel zijn voor het begrijpen van een tekst of een tekstgedeelte. In deze cursus “Actief Leren” worden de sleutelwoorden extra benadrukt (in de meeste browsers vetgedrukt).
  • Lees definities,stellingenhypotheses, voorbeelden d.
  • Bekijk modellen, diagrammen, grafiekend. en lees de onderschriften
  • Let op de indeling van de tekst in alinea’s. Een nieuwe alinea gaat meestal over een ander onderwerp. In de eerste alinea geeft de auteur vaak aan waar het over gaat. In de laatste alinea vat hij het beknopt samen.
  • Zoek de kernzin waarin het belangrijkste van de alinea staat. Vaak is dat de eerste, tweede of laatste zin.
  • Woorden in een afwijkende druk (vaak vet, cursief of onderstreept) zijn meestal extra belangrijk.

Structuur herkennen in een website

  • Bekijk de titel in de browserbalk
  • Lees de inleidende tekst op de homepage
  • Lees de informatie over de site. Die zit vaak achter een link About.
  • Bekijk de sitemap (als die er is) met de structuur van de site. Of blader door de hyperlinks binnen de site om de structuur te ontdekken.

 

Standaard-structuur in een betoog

Inleiding
Hierin wordt duidelijk gemaakt wat het onderwerp van de tekst is en welke aspecten van het onderwerp worden behandeld.

Kern
Hierin worden een of meer aspecten van het onderwerp behandeld. De kern van een tekst bestaat meestal uit een aantal blokken: voor elk aspect van het onderwerp of elke denkfase van het betoog een apart blok.

Slot
Een samenvatting of een conclusie.